Opmerking

Dennenkampsweg 4

Oald Wiegert

Naast het erve Wiegert, Dennenkampsweg 2, liggen in 1832 twee plaatsjes die eigendom zijn van grondeigenaar Theodor Adolph Joseph Von Heijden (1789-1858) uit Nienborg. Het betreft respectievelijk een perceel met huis en erf van 360m2 (kadasternummer B70) en een huis van 310m2 (kadasternummer B69). De twee boerderijtjes op de percelen zijn ‘met de rug’ tegen elkaar aan gebouwd. Het zijn lijftochthuizen van het erve Wiegert, die oorspronkelijk bedoeld waren voor de oude generatie die plaats heeft gemaakt voor de erfopvolger. Later werd zo’n huis ook verhuurd aan familie of bekenden, het wordt dan ook een wunnershoes genoemd. Mogelijk stonden de oorspronkelijke huizen er al in de 17e eeuw of zelfs al eerder. De fundamenten van de boerderij bestaan uit Bentheimer zandstenen. Het gebintwerk rust op de hoeken op grote veldkeien. In 1909 zijn de beide woningen na een verbouwing samengevoegd tot een kleine boerderij met kadasternummer B1784.

In 1844 is landbouwer Gerrit Jan Reest eigenaar geworden van het erve Wiegert, inclusief de beide wunnershuizen. Hij was na zijn huwelijk in 1821 ingetrokken bij zijn eerste vrouw Susanna Wiegerink (1798-1836), die na het overlijden van haar ongehuwde oom Gerrit Jan Wiegert (1768-1820) een jaar eerder erfgenaam van de boerderij was geworden.

Gerardus Joannes overlijdt in 1848 en de oudste zoon Albert Jan Reest (1822-1882) erft de beide wunnershuizen. Op zijn beurt neemt Hendrikus Reest (1860-1939), oudste zoon uit het tweede huwelijk van Albert Jan, het stokje van zijn vader over. Uit een kadasterkaartje valt af te leiden dat Hendrikus in 1909 het wunnerhuis met nummer B70 sloopt en er een kleine aanbouw komt aan het andere wunnershuis (B69). Het nieuwe kadasternummer van het perceel, inmiddeles 670m2 groot, wordt B1784. Het boerderijtje Oald Wiegert bestaat volgens een beschrijving van oud-bewoner Ben Velthuis (1936-2020) uit twee delen: een grote woonkeuken met bijbehorende (slaap)vertrekken en een bedrijfsgedeelte, bestaande uit een koeienstal, een melkkamer en een stal voor een paard.

Dochter Maria Susanna Reest (1902-1986) en echtgenoot Jan Stevelink (1889-1972) van het erve Ewersboer , zijn de volgende eigenaren en daarna hun zoon Hennie Stevelink (1931-2006), Wiegert.

Nadat het wunnershoes vanaf 1965 jarenlang onbewoond is geweest, raakt het in verval. In 1999 ondergaat het een grondige restauratie, ter hand genomen door de nieuwe eigenaren, Jan Stevelink en zijn vrouw Rita Schonewille, die het pand gekocht hebben van de ongetrouwd gebleven oom Hennie. Zij laten het interieur van het Oald Wiegert zoveel mogelijk in oude stijl en gaan er vervolgens ook wonen met hun gezin.

De bewoners

Uit de doopregisters blijkt dat er rond 1700 al sprake is van bewoning van de beide wunnershuizen van het Oald Wiegert, toen nog Olde Wiechinck of Olde Wiegerinck genoemd. Zo wordt in 1711 Rudolphum ex olde Wiechinck (*1711) uit Groot Agel gedoopt, zoon van Jan olde Wiechinck en zijn vrouw Geese. De peettante is Fenne in olde Wiechinck.

Wunnershuis 1 - kadasternummer B70
Olde Wiecherinck /ter Brake

Ook de Volkstelling 1748 meldt de namen van de bewoners. In het wunnershoes dat later kadasternummer B70 krijgt, woont “Albert in ’t olde Wiecherinck en vrouw Berta". Het gaat hier om Albert Wijcherinck, die in 1739 is gehuwd met Berta ten Braecke en de naam van het wunnershoes heeft aangenomen. Er is ook een inwonende begijn, een “kloppe”, Joannam Poppinck (*1712). In 1756 wordt dochter Maria Janna aude Wighinck (*1756) geboren.

Rond 1784 komt Jannes int olde Smeijers (*1739), ook "ter Brake" genoemd, met zijn gezin op het olde Wiegerink wonen, zo blijkt uit de namen van hun twee jongste kinderen die er geboren worden. Hij is waarschijnlijk de "Jan Oude Wygherink" die volgens de Volkstelling 1795 met zijn huishouden, bestaande uit 6 personen, op het wunnershuis woont. Uit overlijdensaktes valt af te leiden dat de familie ter Brake en hun nakomelingen geruime tijd op het Oald Wiegert blijven wonen.

Zo heeft Gerrit Jan in oude Gervelink (1776-1821), ook "ter Braak" genoemd, waarschijnlijk zijn vader opgevolgd op het wunnershoes. Hij trouwt in 1811 met Gesina in oude Voorpossel (1781-1845) uit Oud Ootmarsum en samen krijgen ze, voor zover bekend, 4 kinderen. In 1821 overlijdt Gerrit Jan en hertrouwt Gesina met Gerardus Lohuijs (1780-1847). Samen krijgen ze nog twee dochters.

Nijhuis

Geertrui ter Braak (1811-1881), de oudste dochter van Gesina uit haar eerste huwelijk, blijft op het wunnershuis. Zij is naast akkerbouwster ook weefster. In 1839 trouwt Geertruida met Hermannus Nijhuis (1813-1857), waarmee de naam Nijhuis zijn intrede doet op het olde Wiegert. Het echtpaar krijgt samen 8 kinderen, waarvan er vier op jeugdige leeftijd overlijden. De overige kinderen zijn nog jong wanneer ook hun vader overlijdt. Zij werken als calicotwever voor de kost. Zoon Gradus Nijhuis (1850-1925) neemt het stokje over van zijn moeder op de boerderij. Hij treedt in het huwelijk met Geertruida Roelink (1852-1921) uit Lattrop.

Rond 1900 vertrekt het gezin Nijhuis-Roelink naar de Nijenkampsweg 10. Een aantal jaren later wordt het wunnershoes met kadaster nummer B70 gesloopt.

Wunnershoes 2 - kadasternummer B69
Olde Wiecherinck / Veldhuis

In het andere wunnershoes woont in 1748 “Berent in t Olde Wiegerinck, vrouw Hermken” en hun vier kinderen “Janne, Jan, Geesje en Jenneke”. Het blijkt hier te gaan om Berent Frerick uit Reutum en Hermken Vasterink (*1712) uit Gammelke. Hun kinderen krijgen de achternaam van het erf.

In 1755 maken zij plaats voor Jan in t Olde Holtwick (*1727), ook "Veldhuis" genoemd, en zijn vrouw Janna Steggink (*1729), die kort ervoor getrouwd zijn. Een jaar later wordt hun zoon Gerrit in Aude Wiggerinck (1756-1824) op het erve geboren, zo blijkt uit zijn achternaam. Gerrit blijft er na zijn huwelijk wonen. Ten tijde van de Volkstelling 1795 bestaat het huishouden van “Gerryt Oude Wygherink” uit 7 personen, vermoedelijk zijn vrouw Geertrui in Oude Sneujink (1754-1829), ook Gertrudis Bossink in oude Wiecherink" genoemd en hun kinderen. Hun nakomelingen zullen tot ongeveer 1916 op het Oald Wiegert woonachtig blijven.

Oald Wiegert (omcirkeld) in 1904
Zo woont in 1861 de oudste zoon van Gerrardus, Gerrit Jan in Oude Wiegert (1782-1866), tevens "Veldhuis" genoemd, nog op het wunnershoes. Hij blijft ongehuwd. Uit het bevolkingsregister 1861-1880 blijkt dat een zoon van zijn broer Hermen Jan, t.w. Gerrit Jan Veldhuis (1830-1916) met vrouw Aleida Kempers (1834-1886) bij hem inwonen. Na het overlijden van Aleida in 1886 hertrouwt Gerrit Jan, met Hendrika Kip (1849-1916) uit Lemselo. Na de eeuwwisseling vindt er een verbouwing plaats op het Oald Wiegert. Het naastgelegen oude wunnershoes (kadasternummer B70) wordt gesloopt en er komt een kleine aanbouw aan het andere (kadasternummer B69).

Een nichtje van Hendrika, Gezina Kip (1883-1962) is rond 1900 als dienstbode bij hen komen inwonen. Zij trouwt in 1906 met Jens Droste (1879-1966) en trekt in bij hem aan de Voortsweg 16 . Vermoedelijk vestigen zij in die periode in het oald Wiegert een kleine buurtwinkel, die een tijdlang door de familie Droste wordt gedreven.

Heesink

Het huwelijk van het echtpaar Veldhuis-Kip blijft kinderloos. Ze overlijden kort na elkaar in 1916, waarna Herman Heesink (1887-1974) met zijn vrouw Leis Kamphuis (1893-1981) in het wunnershoes trekken. Zij krijgen er vier kinderen (BR 1901-1923. Rond 1930 verhuist het gezin Heesink naar Oud Ootmarsum.

Velthuis

Niet lang daarna komen Gerardus Velthuis (1897-1975), uit Beuningen, en zijn vrouw Maria Pots (1894-1980) met wie hij in 1931 is getrouwd, op wonen. Zij krijgen samen twee kinderen. De familie Velthuis blijft woonachtig aan de Dennenkampsweg tot 1965. Daarna volgt leegstand tot eind jaren negentig.

Stevelink

Rond 1999 wordt het in verval geraakte wunnershuis gerestaureerd door de nieuwe eigenaren Jan Stevelink en zijn vrouw Rita Schonewille. Zij gaan er vervolgens ook wonen en krijgen er twee kinderen.



Herkomst: Herman Steigstra

Datum: ± 2020


2026-04-14 14:53:23